Citaat | Hoge Raad 18 november 2014

Onder 3.2.1. Hoge Raad 18 november 2014

Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3288.

Het mag bij de sociale recherche onder meer op grond van dit verslag, maar ook door de indruk die [verdachte] maakt tijdens het contact, als bekend verondersteld zijn dat zij van doen hadden met een vrouw met beperkte verstandelijke vermogens. Uit het aan het hof overgelegde schrijven van Stichting Dichterbij blijkt dat cliënte getest is en een geschatte IQ score heeft van 75. Zij functioneert op een laag begaafd intelligentieniveau. Cliënte is blijkens het dossier schriftelijk uitgenodigd een verklaring af te leggen, maar daarbij niet gewezen op het recht vooraf een advocaat te kunnen consulteren (pagina 72). Daar komt bij dat de brief is gedagtekend op 8 februari 2008 (een vrijdag) met de mededeling dat zij zich maandagochtend 11 februari om 10.00 moest melden teneinde te worden gehoord. Haar is dus ook op geen enkele manier de redelijke gelegenheid en mogelijkheid geboden rechtskundige hulp op eigen initiatief in te schakelen, als zij daar al zelf op zou komen. Nu ook andere waarborgen niet in acht zijn genomen om de kwetsbare verdachte te beschermen, zoals bijvoorbeeld haar te horen in het bijzijn van een begeleider, kan deze verklaring niet voor het bewijs te worden gebezigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd507e455cab258d114f6b500b7a1a42c70cda175430ab992c69ef70cf9444a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd507e455cab258d114f6b500b7a1a42c70cda175430ab992c69ef70cf9444a1, en de alinea staat in dat document op bytes 22585 tot 23799.