Citaat | Hoge Raad 18 november 2014
Onder 3.3. Hoge Raad 18 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3288.
Het vorenoverwogene brengt mee dat de aangehouden verdachte vóór de aanvang van het eerste verhoor dient te worden gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat. Behoudens in het geval dat hij uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in elk geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen als door het EHRM bedoeld, zal hem binnen de grenzen van het redelijke de gelegenheid moeten worden geboden dat recht te verwezenlijken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd507e455cab258d114f6b500b7a1a42c70cda175430ab992c69ef70cf9444a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd507e455cab258d114f6b500b7a1a42c70cda175430ab992c69ef70cf9444a1, en de alinea staat in dat document op bytes 26967 tot 27470.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd507e455cab258d114f6b500b7a1a42c70cda175430ab992c69ef70cf9444a1 | shasum -a 256