Citaat | Hoge Raad 18 november 2014
Onder 2.2.2. Hoge Raad 18 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3289.
Blijkens de aangifte van [betrokkene 1] op 10 januari 2009 proces-verbaalnummer 2009005144-1 en de daarbij behorende foto's, is in haar rechterlies net boven haar vagina een tatoeage bevattende de naam "Mellie" gezet. Ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 22 mei 2012, heeft [betrokkene 1], als getuige, verklaard dat zij deze tatoeage niet wilde. Voorts heeft zij verklaard dat zij geen geld had om de tatoeage te laten verwijderen en daarom een andere tatoeage over die van de verdachte heeft laten zetten. Zij heeft tot slot verklaard dat het aanbrengen van de tatoeage door de verdachte zeer pijnlijk is geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/846349de618e02ceab20116b767e5d1408454cc8f2373e53eee7b85b8e8e63d3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 846349de618e02ceab20116b767e5d1408454cc8f2373e53eee7b85b8e8e63d3, en de alinea staat in dat document op bytes 8142 tot 8773.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/846349de618e02ceab20116b767e5d1408454cc8f2373e53eee7b85b8e8e63d3 | shasum -a 256