Citaat | Hoge Raad 18 november 2014
Onder 3.2.2. Hoge Raad 18 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3302.
Daarbij dient nog te worden vermeld dat de verklaringen van getuige [betrokkene 2] een prominente plaats innemen in de bewijsconstructie. Immers, uit geen van de andere gebezigde bewijsmiddelen kan rechtstreeks volgen dat cl concrete wetenschap heeft gehad van de plannen van medeverdachte [betrokkene 1] en dat er dus sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen cl en medeverdachte [betrokkene 1] gericht op een poging gekwalificeerde doodslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd603bba8df24ea0d7c19d4153f960719597a94b5680305c253e0e5f4d6a7560. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd603bba8df24ea0d7c19d4153f960719597a94b5680305c253e0e5f4d6a7560, en de alinea staat in dat document op bytes 30515 tot 30986.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd603bba8df24ea0d7c19d4153f960719597a94b5680305c253e0e5f4d6a7560 | shasum -a 256