Citaat | Hoge Raad 18 november 2014
Onder 2.2. Hoge Raad 18 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3302.
Ik ging op 10 februari 2012 naar medeverdachte [betrokkene 1]. Zij moest naar Alphen aan den Rijn om daar iets te doen. In Alphen aan den Rijn is [betrokkene 1] uit de auto gestapt en is zij anderhalf uur weggebleven. Toen [betrokkene 1] terug kwam had zij twee grote tassen bij zich die zij in de achterbak stopte. Wij zijn vervolgens met de auto naar Hazerswoude-Rijndijk gereden. Eerder die middag ben ik ook kort bij [betrokkene 1] geweest. [betrokkene 3] was toen ook bij [betrokkene 1].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd603bba8df24ea0d7c19d4153f960719597a94b5680305c253e0e5f4d6a7560. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd603bba8df24ea0d7c19d4153f960719597a94b5680305c253e0e5f4d6a7560, en de alinea staat in dat document op bytes 9183 tot 9689.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd603bba8df24ea0d7c19d4153f960719597a94b5680305c253e0e5f4d6a7560 | shasum -a 256