Citaat | Hoge Raad 18 november 2014

Onder 2.2. Hoge Raad 18 november 2014

Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3302.

In de eerste week van januari 2012 heeft [betrokkene 1] aan mij gevraagd of ik haar wilde helpen met een idee wat ze had. Ze vertelde dat ze een tante in Alphen had die goud had en dat ze dat een keer wilde stelen. Ze vertelde mij dat ze haar tante wilde verdoven of laten slapen zodat ze ongemerkt dat goud kon meenemen. Als ik dan weer eens bij [betrokkene 1] was dan begon ze er over. Ze vroeg mij of ik slaappillen voor haar kon regelen. Ik was dat nooit van plan. Uiteindelijk heb ik tegen haar gezegd dat het mij niet lukte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd603bba8df24ea0d7c19d4153f960719597a94b5680305c253e0e5f4d6a7560. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd603bba8df24ea0d7c19d4153f960719597a94b5680305c253e0e5f4d6a7560, en de alinea staat in dat document op bytes 16765 tot 17309.