Citaat | Hoge Raad 18 november 2014
Onder 2.3. Hoge Raad 18 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3306.
Verbalisant [verbalisant 1] en de inmiddels eveneens ter plaatse gekomen verbalisant [verbalisant 3] zien vervolgens dat de makelaar aan de overzijde van de [a-straat 1] wordt aangesproken door een vrouw. De makelaar laat hen weten dat deze vrouw - naar later blijkt: de verdachte [medeverdachte 1] - in het pand verblijft. De verdachte [medeverdachte 1] bevestigt dit desgevraagd tegenover verbalisant [verbalisant 1] en verklaart voorts dat er nog zes andere personen en drie honden in het pand verblijven, dat de buurtagent daarvan op de hoogte is gesteld en dat zij sleutels van het pand in haar bezit heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdfac6de76833aced4b9f3e0a3a9cf0f2ba2d3af96ad62047f767eee4ba66b66. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdfac6de76833aced4b9f3e0a3a9cf0f2ba2d3af96ad62047f767eee4ba66b66, en de alinea staat in dat document op bytes 10051 tot 10676.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cdfac6de76833aced4b9f3e0a3a9cf0f2ba2d3af96ad62047f767eee4ba66b66 | shasum -a 256