Citaat | Hoge Raad 21 november 2014

Onder 3.5.3 Hoge Raad 21 november 2014

Een alinea uit Hoge Raad 21 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3349.

Het hof heeft voorts geoordeeld dat het het belang van [eiseres] bij het verkrijgen van informatie omtrent de situatie waarin DSB zich bevond ten tijde van het sluiten van de deposito-overeenkomst in juni 2008, heeft meegewogen, maar dat het uiteindelijk het risico van het aldus in gevaar brengen van het voortbestaan van DSB zwaarder heeft laten wegen, aangezien vele anderen ernstig in hun belangen zouden worden getroffen indien dit risico zich zou realiseren. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is in het licht van de, gezien het toezichthoudersdilemma, aangewezen terughoudende toetsing, geenszins onbegrijpelijk. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat, naar hierna zal blijken, de klacht tegen het oordeel dat van een onmiskenbare overtreding van de art. 4:19 en 4:20 Wft geen sprake was, faalt en dat in cassatie niet is bestreden dat het faillissement van DSB toen nog niet (direct) in zicht was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f92c9c31969f5a540201fc1bdd88647a8a407103997bdf712b8817286771b369. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f92c9c31969f5a540201fc1bdd88647a8a407103997bdf712b8817286771b369, en de alinea staat in dat document op bytes 25573 tot 26518.