Citaat | Hoge Raad 25 november 2014
Onder 4.2.2. Hoge Raad 25 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3377.
Het klopt dat ik bij [betrokkene 1] en haar man [betrokkene 2] een badkamer zou leveren. Deze afspraak maakte ik in juni 2003. Ze bestelden via mij bij de [A] een badcombinatie, een douchecombinatie en een wastafelcombinatie. Het kan wel kloppen dat het een totaalbedrag was van rond de 4000 euro. Hierbij zat provisie. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben gelijk een aanbetaling gedaan. Verder is de betaling in gedeelten gedaan. Zodra het bestelde materiaal bij de [A] binnen was, zou ik het aan hen doorgeven. [A] had geld van mijn loon ingehouden voor de bestelde goederen. Van het geld van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] heb ik 1800 euro aan mijn vriendin gegeven. De rest van dit geld heb ik besteed voor kleding, de kroeg en voor drugs. Ik schat dat ik rond de 1200 euro op deze wijze heb uitgegeven. Buiten het bedrag dat van mijn loon is ingehouden heb ik [A] niets betaald. [A] heeft niet geleverd omdat er niet door mij was betaald, althans te weinig. Op 18 september 2003 ben ik ontslagen bij de [A]."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ede9933556fff36b0fefe0645a4b406aa6516fd593d52490a74b7bf6a3d6c84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ede9933556fff36b0fefe0645a4b406aa6516fd593d52490a74b7bf6a3d6c84, en de alinea staat in dat document op bytes 11858 tot 12889.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ede9933556fff36b0fefe0645a4b406aa6516fd593d52490a74b7bf6a3d6c84 | shasum -a 256