Citaat | Hoge Raad 25 november 2014
Onder 4.5. Hoge Raad 25 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3377.
Gelet hierop heeft het Hof zonder miskenning van de uitdrukking "toebehorende aan" uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden dat de verdachte zich het, in de bewezenverklaring vermelde geldbedrag van (in totaal) € 4.133,59 heeft toegeëigend terwijl dat geld aan [betrokkene 1] toebehoorde. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat het Hof kennelijk heeft geoordeeld dat de verdachte dit geldbedrag slechts ontving teneinde daarmee de door hem te bestellen goederen te betalen en dat, nu hij die betaling van de goederen niet heeft verricht, sprake is gebleven van een onlosmakelijke samenhang tussen het in dit bedrag begrepen, niet gespecificeerde provisiedeel en de rest van dit bedrag. Een en ander brengt mee dat het totale geldbedrag van € 4.133,59 in de bewezenverklaring kon worden betrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ede9933556fff36b0fefe0645a4b406aa6516fd593d52490a74b7bf6a3d6c84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ede9933556fff36b0fefe0645a4b406aa6516fd593d52490a74b7bf6a3d6c84, en de alinea staat in dat document op bytes 14600 tot 15417.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ede9933556fff36b0fefe0645a4b406aa6516fd593d52490a74b7bf6a3d6c84 | shasum -a 256