Citaat | Hoge Raad 25 november 2014

Onder 5.5. Hoge Raad 25 november 2014

Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3379.

Gelet op art. 14e, eerste lid, Sr en mede in aanmerking genomen dat de bewezenverklaring niet een gedraging bevat die onmiskenbaar is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van de aangever terwijl het misdrijf "belaging" niet zonder meer kan worden gekarakteriseerd als een misdrijf "dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen" als bedoeld in voornoemde bepaling, diende het Hof te motiveren waarom het de dadelijke tenuitvoerlegging van de voorwaarden heeft bevolen. Dat het Hof heeft overwogen dat de verdachte "eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een soortgelijk feit", dat "het recidiverisico als hoog gemiddeld wordt ingeschat" en dat "de verdachte op geen enkele wijze blijk [heeft] gegeven het laakbare van zijn handelingen in te zien", is geen toereikende motivering nu daaruit niet zonder meer volgt dat aan voormeld vereiste van art. 14e, eerste lid, Sr is voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8445be21b5f35fba1cd8a5062f83a604a7ff6676c9cf9095da0ba8a0719d6d1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8445be21b5f35fba1cd8a5062f83a604a7ff6676c9cf9095da0ba8a0719d6d1e, en de alinea staat in dat document op bytes 16170 tot 17185.