Citaat | Hoge Raad 25 november 2014
Onder 2.2.2. Hoge Raad 25 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3380.
Het hof verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan worden afgeleid dat medeverdachte [medeverdachte] binnen het bedrijf [A] de facto een kantoor hield gericht op het verrichten van geldtransacties. Bij dit kantoor konden mensen in Nederland bedragen storten die door of vanwege de verdachte op de één of andere wijze in Suriname terecht kwamen. In het kader van deze geldtransacties werden één à twee keer per week al dan niet grote bedragen geld die in die week waren verzameld, door [medeverdachte] gebundeld en via een derde - in deze de verdachte - afgestort bij een bank ten behoeve van een rekening van een in Suriname gevestigd bedrijf, te weten [B] B.V.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b73e1080e457edee1c9e26aee3dd628d06c22442c8bc0a766c5f7fdb0adbe4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b73e1080e457edee1c9e26aee3dd628d06c22442c8bc0a766c5f7fdb0adbe4a, en de alinea staat in dat document op bytes 8341 tot 9088.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b73e1080e457edee1c9e26aee3dd628d06c22442c8bc0a766c5f7fdb0adbe4a | shasum -a 256