Citaat | Hoge Raad 25 november 2014
Onder 2.3. Hoge Raad 25 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3380.
Het oordeel van het Hof dat de geldbedragen die de verdachte en zijn mededader in het kader van het zonder vergunning voeren van een geldtransactiekantoor voorhanden hebben gehad en hebben overgedragen 'daardoor' uit misdrijf afkomstig zijn, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Vermogensbestanddelen kunnen immers in beginsel slechts worden aangemerkt als "afkomstig (...) uit enig misdrijf" in de zin van art. 420quater Sr indien zij afkomstig zijn uit een misdrijf gepleegd voorafgaand aan het voorhanden hebben en het overdragen daarvan, terwijl de bewezenverklaring wat betreft het geldbedrag van € 70.000,- kennelijk niet ziet op de mogelijke opbrengst of verdiensten van het zonder vergunning voeren van een geldtransactiekantoor (vgl. HR 28 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3044).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b73e1080e457edee1c9e26aee3dd628d06c22442c8bc0a766c5f7fdb0adbe4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b73e1080e457edee1c9e26aee3dd628d06c22442c8bc0a766c5f7fdb0adbe4a, en de alinea staat in dat document op bytes 10571 tot 11376.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b73e1080e457edee1c9e26aee3dd628d06c22442c8bc0a766c5f7fdb0adbe4a | shasum -a 256