Citaat | Hoge Raad 21 februari 2014

Onder 3.5.5. Hoge Raad 21 februari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:339.

In het onderhavige geval is de verkoopwaarde van de woning bepaald naar een tijdstip dat 22 maanden ligt vóór het tijdstip van de verkrijging door de kinderen van erflaatster . Als gevolg van een algemene waardedaling van woningen in de desbetreffende periode brengt dit mee dat de erfbelasting is berekend naar een hogere waarde dan op de sterfdatum kon worden gerealiseerd. Dat betekent echter niet dat de wetgever met de invoering van artikel 21, lid 5, SW is getreden buiten de hiervoor in onderdeel 3.5.4 vermelde ruime beoordelingsvrijheid. De wetgever mocht een zekere ruwheid aanvaarden omwille van een vereenvoudiging in de uitvoering van de SW. Van die praktische regeling, die aanknoopt bij de voor het desbetreffende kalenderjaar geldende WOZ-waarde, kan niet kan worden gezegd dat zij elke redelijke grond ontbeert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf390f0e90dd277edf43f4d2db6f4669f746557f4ff8234a173d587250c34750. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf390f0e90dd277edf43f4d2db6f4669f746557f4ff8234a173d587250c34750, en de alinea staat in dat document op bytes 13183 tot 14058.