Citaat | Hoge Raad 21 februari 2014
Onder 3.4.2. Hoge Raad 21 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:341.
Artikel 5, lid 3, aanhef en letter b, van de Zesde richtlijn bepaalt dat de lidstaten als lichamelijke zaak kunnen beschouwen ‘de zakelijke rechten die aan de rechthebbende de bevoegdheid verschaffen om een onroerend goed te gebruiken’. Dit betekent dat, indien een lidstaat van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt, het vestigen en ook het overdragen van een dergelijk zakelijk recht wordt aangemerkt als ‘levering van een goed’ in de zin van artikel 5, lid 1, van de Zesde richtlijn (thans: artikel 14, lid 1, van BTW-richtlijn 2006). In dit verband wordt verwezen naar de arresten van het Hof van Justitie van 4 december 1990, Van Tiem, C-186/89, BNB 1991/352, punt 23 (hierna: het arrest Van Tiem), en van 4 oktober 2001, Stichting Goed Wonen, C-326/99, BNB 2002/396 , punt 33.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed43b955f05f3aef66f9dfb0edb038effbbc22b12eb10a8eab0fd4b894e29ac4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed43b955f05f3aef66f9dfb0edb038effbbc22b12eb10a8eab0fd4b894e29ac4, en de alinea staat in dat document op bytes 19217 tot 20055.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed43b955f05f3aef66f9dfb0edb038effbbc22b12eb10a8eab0fd4b894e29ac4 | shasum -a 256