Citaat | Hoge Raad 21 februari 2014

Onder 3.4.4. Hoge Raad 21 februari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:341.

De Wet kent wel een bijzondere regeling (zie in dit verband ook onderdeel 7 van de bijlage bij de conclusie van de Advocaat-Generaal). Krachtens artikel 8, lid 5, letter b, van de Wet kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald in hoeverre de aan een zakelijk recht verbonden lasten tot de vergoeding behoren. Dit is uitgewerkt in artikel 5 van het Besluit. De aldaar opgenomen regeling komt erop neer dat bij vestiging, overdracht, afstand en opzegging van (onder meer) een recht van erfpacht de ‘waarde van de canon’ tot de vergoeding behoort, met dien verstande dat deze niet hoger kan zijn dan de waarde in het economische verkeer van de zaak waarop het recht betrekking heeft. Ingevolge artikel 5, lid 5, van het Besluit wordt de waarde van de canon bepaald met inachtneming van de bij het Besluit behorende bijlage A. Bij vestiging van een recht van erfpacht als het onderhavige met een looptijd van twintig jaar wordt de waarde van de canon gesteld op het jaarlijkse bedrag, vermenigvuldigd met het aantal jaren gedurende welke de betalingen moeten plaatshebben, waarbij iedere euro wordt berekend overeenkomstig een in die bijlage voorgeschreven percentage.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed43b955f05f3aef66f9dfb0edb038effbbc22b12eb10a8eab0fd4b894e29ac4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed43b955f05f3aef66f9dfb0edb038effbbc22b12eb10a8eab0fd4b894e29ac4, en de alinea staat in dat document op bytes 21974 tot 23166.