Citaat | Hoge Raad 21 februari 2014
Onder 3.4.6. Hoge Raad 21 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:341.
Gesteld kan worden dat de waarde van de voor de verwerving van een recht van erfpacht opeenvolgend te betalen bedragen niet behoort tot de interne vergoeding, omdat deze bedragen net als bij verhuur van onroerende goederen de tegenprestatie vormen van een (tijdelijk) recht op gebruik. Deze bedragen komen immers niet ineens, bij de verwerving daarvan, ten laste van de afnemer, maar in de loop van de jaren. In een dergelijk geval lijkt ingevolge artikel 10, lid 2, van de Zesde richtlijn de belasting niet ineens maar periodiek verschuldigd te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed43b955f05f3aef66f9dfb0edb038effbbc22b12eb10a8eab0fd4b894e29ac4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed43b955f05f3aef66f9dfb0edb038effbbc22b12eb10a8eab0fd4b894e29ac4, en de alinea staat in dat document op bytes 25599 tot 26165.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed43b955f05f3aef66f9dfb0edb038effbbc22b12eb10a8eab0fd4b894e29ac4 | shasum -a 256