Citaat | Hoge Raad 21 februari 2014
Onder 3.4.7. Hoge Raad 21 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:341.
Wellicht mag met betrekking tot een zakelijk recht als een recht van erfpacht van hetgeen hiervoor in 3.4.6 is overwogen, worden afgeweken voor zover lidstaten gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid een dergelijk zakelijk recht te beschouwen als levering van een goed zoals in Nederland is gebeurd. Volgens de hiervoor in 3.4.4 aangeduide nationale regeling wordt bij het vestigen daarvan, en ook bij de overdracht gedurende de looptijd, btw niet verschuldigd naar verloop van de periode gedurende welke het onroerend goed wordt gebruikt en periodiek betalingen moeten worden gedaan, maar wordt ter zake van dat vestigen of die overdracht in één keer btw verschuldigd over de totaal voor de gehele respectievelijk resterende looptijd bedongen bedragen (in de vorm van een ‘gekapitaliseerde canon’). In het onderhavige geval zou dit betekenen dat op het tijdstip van de levering bedoeld in artikel 3, lid 1, letter h, van de Wet tot de interne vergoeding moet worden gerekend de waarde van te betalen bedragen aan canon.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed43b955f05f3aef66f9dfb0edb038effbbc22b12eb10a8eab0fd4b894e29ac4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed43b955f05f3aef66f9dfb0edb038effbbc22b12eb10a8eab0fd4b894e29ac4, en de alinea staat in dat document op bytes 26262 tot 27305.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed43b955f05f3aef66f9dfb0edb038effbbc22b12eb10a8eab0fd4b894e29ac4 | shasum -a 256