Citaat | Hoge Raad 21 februari 2014
Onder 3.3. Hoge Raad 21 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:346.
Het Hof kon daarom in redelijkheid geen aanleiding vinden om eraan te twijfelen of de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [A] ten tijde van het instellen van het beroep nog bestond, en op die grond van [A] een nieuwe schriftelijke machtiging te verlangen. Het beroep is mitsdien ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bewijs ten aanzien van de bevoegdheid van [A] (vgl. HR 11 oktober 2013, nr. 13/00924, ECLI:NL:HR:2013:840, BNB 2013/244).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09030b8fdaa47b4743e2995204ffd5aad8fa055c899b19c3dcd2c68ed5abbf06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09030b8fdaa47b4743e2995204ffd5aad8fa055c899b19c3dcd2c68ed5abbf06, en de alinea staat in dat document op bytes 9651 tot 10129.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09030b8fdaa47b4743e2995204ffd5aad8fa055c899b19c3dcd2c68ed5abbf06 | shasum -a 256