Citaat | Hoge Raad 28 november 2014
Onder 3.2.1 Hoge Raad 28 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3460.
In dit geding heeft de curator na wijziging van zijn eis gevorderd – voor zover in cassatie nog van belang – Rabobank wegens de onrechtmatige verkoop begin december 2007 van de vaste activa van Tatra Wood te veroordelen tot schadevergoeding ten bedrage van € 234.064,88 met rente. De curator heeft aan deze vordering ten grondslag gelegd dat op diverse vaste activa van Tatra Wood nog een eigendomsvoorbehoud van [A] rustte. Primair was Tatra Wood dus niet bevoegd tot de hiervoor in 3.1 onder (iv) bedoelde verpanding, terwijl Rabobank niet te goeder trouw was (art. 3:238 BW). Subsidiair heeft te gelden dat als sprake zou zijn van een verpanding bij voorbaat, het voorwaardelijke pandrecht van Rabobank niet door het enkele voornemen tot betaling van Rabobank is veranderd in een onvoorwaardelijk pandrecht. De totstandkoming van het pandrecht stuit voorts af op art. 35 lid 2 Fw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a0e3ea489b380dfc0376e96c1fcf7c60da797af02046d1eae13f669092d9381. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a0e3ea489b380dfc0376e96c1fcf7c60da797af02046d1eae13f669092d9381, en de alinea staat in dat document op bytes 14876 tot 15779.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1a0e3ea489b380dfc0376e96c1fcf7c60da797af02046d1eae13f669092d9381 | shasum -a 256