Citaat | Hoge Raad 28 november 2014

Onder 3.9.3 Hoge Raad 28 november 2014

Een alinea uit Hoge Raad 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3463.

Tegen deze achtergrond en gelet op de onderlinge verwevenheid van [A] en [B], de omstandigheid dat Delta Lloyd c.s. de executie voortvarend hebben ingezet, dat deze buiten haar toedoen en ondanks haar inspanningen daartoe langdurig niet kon worden voltooid, dat de oorzaak van de vertraging verband hield met de opstelling van [eiseressen] en nu gesteld noch gebleken is dat belangen van derden als bedoeld hiervoor in 3.8.2 in het geding waren, getuigt het oordeel van het hof niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het is ook niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f53872b4209b0ab8017edf705c22c20d9897fc3b8083bf3df7b29030f04e8f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f53872b4209b0ab8017edf705c22c20d9897fc3b8083bf3df7b29030f04e8f2, en de alinea staat in dat document op bytes 27240 tot 27801.