Citaat | Hoge Raad 28 november 2014
Onder 4.7 Hoge Raad 28 november 2014
Een alinea uit Hoge Raad 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3464.
De onderdelen berusten op het juiste uitgangspunt dat, hoewel het onder het faillissementsbeslag vallende vermogen nog steeds aan de schuldenaar toebehoort (art. 20 Fw), de vereffening en de verdeling van de opbrengst daarvan geschiedt ten behoeve van diens gezamenlijke schuldeisers. Met de belangen van de gefailleerde wordt in beginsel slechts in zoverre rekening gehouden dat hem de bevoegdheid is gegeven zich te verzetten tegen de erkenning van een vordering of van een gestelde voorrang (art. 126 lid 1 Fw). Over een zodanige betwisting hoeft niet in een renvooiprocedure te worden beslist; het gevolg daarvan is (slechts) dat, in afwijking van het in art. 196 Fw neergelegde uitgangspunt, het proces-verbaal van de verificatievergadering na beëindiging van het faillissement, tegenover de gefailleerde niet een voor tenuitvoerlegging vatbare titel oplevert (art. 196 en 197 Fw). Dit stelsel brengt mee dat de gefailleerde niet als “partij” in de zin van art. 67 Fw kan opkomen tegen een beschikking van de rechter-commissaris over de erkenning van ter verificatie ingediende schuldvorderingen of tegen daarmee gelijk te stellen beslissingen (HR 15 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4558, NJ 2013/173).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34ff9e14ae38a139493d9db51d250afba6fb7cfc3c83ef4e351588c36043ce3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34ff9e14ae38a139493d9db51d250afba6fb7cfc3c83ef4e351588c36043ce3e, en de alinea staat in dat document op bytes 27080 tot 28303.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/34ff9e14ae38a139493d9db51d250afba6fb7cfc3c83ef4e351588c36043ce3e | shasum -a 256