Citaat | Hoge Raad 28 november 2014

Onder 4.12.1 Hoge Raad 28 november 2014

Een alinea uit Hoge Raad 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3464.

De door de onderdelen aangevoerde klachten falen. Het oordeel van de rechtbank houdt in dat schuldeisers zelf de schuldvorderingen bij de curator moeten indienen waarvan zij verificatie wensen. Dit oordeel is juist. Ook in faillissement is het aan de schuldeisers zelf om hun rechten geldend te maken dan wel daarvan, desgewenst, af te zien, zoals niet alleen volgt uit de tekst van art. 110 lid 1 Fw, maar ook uit die van art. 108 lid 1, aanhef en onder 1, en art. 122 lid 3 Fw. Dit stemt overeen met de wetsgeschiedenis, nu in de MvT op art. 108 Fw onder meer is opgemerkt: “Van de schuldeisers mag de diligentie gevorderd worden, dat zij hunne vorderingen vóór afloop van den daarvoor bepaalde termijn indienen” (Van der Feltz II, p. 76). De in art. 110 Fw vereiste vermelding van de aard en het bedrag der vordering, overlegging van bewijsstukken of afschriften daarvan, en opgave of op voorrecht, pand, hypotheek of retentierecht aanspraak wordt gemaakt, kunnen uit hun aard slechts door de desbetreffende schuldeiser(s) zelf worden gedaan. Hiermee strookt voorts dat volgens art. 26 Fw de daarin omschreven vorderingen tegen de gefailleerde gedurende het faillissement slechts “door aanmelding ter verificatie” kunnen worden ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34ff9e14ae38a139493d9db51d250afba6fb7cfc3c83ef4e351588c36043ce3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34ff9e14ae38a139493d9db51d250afba6fb7cfc3c83ef4e351588c36043ce3e, en de alinea staat in dat document op bytes 31674 tot 32952.