Citaat | Hoge Raad 18 februari 2014
Onder 2.2.3. Hoge Raad 18 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:347.
Verdachte is op enig moment vanuit de woonkamer naar de garage gelopen en hij heeft daar een houten balk gepakt. Hij is terug gelopen, heeft zijn vrouw van achteren op het hoofd geslagen en daarna nog enkele keren geslagen. Daarna is hij van wapen gewisseld en heeft hij zijn vrouw zeventig steken met een schroevendraaier toegebracht. Hierna is hij weer van wapen gewisseld en heeft hij haar keel/hals doorgesneden. Verdachte heeft zich dus voorafgaand aan, of wat betreft de schroevendraaier en het mes tijdens zijn handelen (daarover bestaat geen duidelijkheid), voorzien van de verschillende wapens en heeft bovendien (tot twee keer toe) tijdens zijn handelen het besluit genomen om een ander, zwaarder wapen ter hand te nemen. Deze handelswijze impliceert bovendien een zeker tijdsverloop, dat ook tussen de verschillende uitvoeringshandelingen de gelegenheid bood tot bezinning, tot het overzien van de reikwijdte van zijn handelen en tot het terugkomen op zijn voornemen. Deze gang van zaken wijst niet op het in het heetst van een twist impulsief aanvallen van het slachtoffer. Dat verdachte zich ook daadwerkelijk bewust is geweest van de reikwijdte van zijn handelen, leidt het hof ook af uit het gegeven dat hij een steeds zwaarder, effectiever wapen ter hand heeft genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8319d334f47c9351ecb1fa8a1c4906ff6aaa058cc12393f974973d417e5653a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8319d334f47c9351ecb1fa8a1c4906ff6aaa058cc12393f974973d417e5653a, en de alinea staat in dat document op bytes 11605 tot 12904.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8319d334f47c9351ecb1fa8a1c4906ff6aaa058cc12393f974973d417e5653a | shasum -a 256