Citaat | Hoge Raad 18 februari 2014
Onder 2.3. Hoge Raad 18 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:347.
Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval door de rechter, waarbij deze het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de omstandigheid dat de besluitvorming en uitvoering in plotselinge hevige drift plaatsvinden, dat slechts sprake is van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering of dat de gelegenheid tot beraad eerst tijdens de uitvoering van het besluit ontstaat. Zo kunnen bepaalde omstandigheden (of een samenstel daarvan) de rechter uiteindelijk tot het oordeel brengen dat de verdachte in het gegeven geval niet met voorbedachte raad heeft gehandeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8319d334f47c9351ecb1fa8a1c4906ff6aaa058cc12393f974973d417e5653a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8319d334f47c9351ecb1fa8a1c4906ff6aaa058cc12393f974973d417e5653a, en de alinea staat in dat document op bytes 15838 tot 16942.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8319d334f47c9351ecb1fa8a1c4906ff6aaa058cc12393f974973d417e5653a | shasum -a 256