Citaat | Hoge Raad 2 december 2014
Onder 2.3.2. Hoge Raad 2 december 2014
Een alinea uit Hoge Raad 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3493.
Anders dan in het voorstel van de werkgroep is in het wetsontwerp vastgehouden aan de bestaande eis, dat voor veroordeling te zake van laster moet worden bewezen dat de verdachte zich bewust was van de onwaarheid van zijn beschuldiging. (Vgl. de woorden "tegen beter weten" in de geldende tekst van artikel 262, eerste lid.) De werkgroep wilde "grof lichtvaardig" geuite beschuldigingen gelijkstellen met die waarvan de onwaarheid aan de verdachte bekend was. Een dringende reden voor zulk een verruiming zien de ondergetekenden echter niet. Zij achten het voldoende dat lichtvaardig geuite beschuldigingen, in gevallen waarin niet komt vast te staan dat de verdachte zich van de onwaarheid daarvan bewust was, kunnen leiden tot veroordeling wegens (de ongekwalificeerde vorm van) smaad of smaadschrift, waarbij oplegging van onvoorwaardelijke gevangenisstraf mogelijk is."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77620f5e0d279619f8e3ca997ba9c10ba5ac835791946f38b21f79dd83e181d3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77620f5e0d279619f8e3ca997ba9c10ba5ac835791946f38b21f79dd83e181d3, en de alinea staat in dat document op bytes 15245 tot 16132.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/77620f5e0d279619f8e3ca997ba9c10ba5ac835791946f38b21f79dd83e181d3 | shasum -a 256