Citaat | Hoge Raad 18 februari 2014

Onder 3.2. Hoge Raad 18 februari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:350.

Blijkens hetgeen hiervoor onder 2.3.1 is weergegeven heeft de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de verklaringen van [getuige 1] omtrent de bouw en de inrichting van de hennepkwekerij onbetrouwbaar zijn. In weerwil daarvan heeft het Hof de door [getuige 1] ter terechtzitting in eerste aanleg daaromtrent als getuige afgelegde verklaring niet ongeloofwaardig geacht en voor het bewijs bruikbaar geacht (bewijsmiddel 4). Daarbij heeft het Hof in het bijzonder betekenis toegekend aan de omstandigheid dat de andersluidende lezing van de verdachte niet in overeenstemming kan worden gebracht met de verklaring van de getuige [getuige 2] en de omstandigheid dat zowel de verklaring van [getuige 1] als die van [getuige 2] onder ede is afgelegd in aanwezigheid van de raadsvrouwe van de verdachte en de verdachte zelf. Een en ander stond het Hof vrij, gelet op de vrijheid welke de rechter die over de feiten oordeelt, heeft ten aanzien van de selectie en waardering van het beschikbare bewijsmateriaal. Anders dan het middel wil, voldoen 's Hofs overwegingen hiermee aan het motiveringsvoorschrift van art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv en noopte die bepaling het Hof niet tot een nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a593cec7a76fa20ef4ab3f92e907cf0ad8b76add3073e4bd264d1a0fdb333212. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a593cec7a76fa20ef4ab3f92e907cf0ad8b76add3073e4bd264d1a0fdb333212, en de alinea staat in dat document op bytes 16089 tot 17326.