Citaat | Hoge Raad 5 december 2014

Onder 3.4 Hoge Raad 5 december 2014

Een alinea uit Hoge Raad 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533.

Deze klacht is terecht voorgesteld. De wet en de aard van de verzoekschriftprocedure zoals geregeld in art. 261 e.v. Rv verzetten zich niet tegen overeenkomstige toepassing van art. 223 Rv op verzoekschriftprocedures. Er zijn geen aanwijzingen dat de wetgever, door alleen in zaken van echtscheiding en scheiding van tafel en bed voorlopige voorzieningen wettelijk te regelen (art. 821-826 Rv), daarbuiten de mogelijkheid van een voorlopige voorziening in de verzoekschriftprocedure heeft willen uitsluiten. Derhalve kan ook in andere gevallen in een verzoekschriftprocedure een incidenteel verzoek gedaan worden tot het treffen van een voorlopige voorziening voor de duur van het geding, overeenkomstig hetgeen art. 223 Rv bepaalt voor dagvaardingsprocedure.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af07f84463d096f50e8cdfd296c86601404fd3c3839786958fb984bf8c70d4de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af07f84463d096f50e8cdfd296c86601404fd3c3839786958fb984bf8c70d4de, en de alinea staat in dat document op bytes 16946 tot 17718.