Citaat | Hoge Raad 5 december 2014

Onder 3.5 Hoge Raad 5 december 2014

Een alinea uit Hoge Raad 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533.

Het verzoek om een voorlopige voorziening kan worden gedaan bij verzoek- of verweerschrift in de hoofdzaak of bij een afzonderlijk incidenteel verzoekschrift. Het is in beginsel aan de rechter overgelaten of hij, gelet op de inhoud van het verzoek, de belangen van partijen en het belang van een doelmatige en voortvarende procesvoering, het verzoek aanstonds behandelt en beslist (vgl. HR 2 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8176, NJ 2012/158). Het ligt voor de hand dat indien een spoedeisend belang bestaat bij een voorlopige voorziening, op het verzoek daartoe in de regel eerst en vooraf wordt beslist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af07f84463d096f50e8cdfd296c86601404fd3c3839786958fb984bf8c70d4de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af07f84463d096f50e8cdfd296c86601404fd3c3839786958fb984bf8c70d4de, en de alinea staat in dat document op bytes 17797 tot 18413.