Citaat | Hoge Raad 5 december 2014
Onder 3.5.2 Hoge Raad 5 december 2014
Een alinea uit Hoge Raad 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3535.
In alle familierechtelijke zaken de minderjarige betreffend dient de minderjarige te worden beschouwd als belanghebbende in de zin van art. 798 Rv (vgl. voor ondertoezichtstelling HR 12 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2665, NJ 2014/482). Dat brengt echter niet zonder meer mee dat de minderjarige de door de wetgever aan belanghebbenden toegekende processuele bevoegdheden zonder tussenkomst van een wettelijk vertegenwoordiger of een daartoe benoemde bijzondere curator kan uitoefenen. Minderjarigen zijn immers op grond van de wet – behoudens in enkele uitdrukkelijk in de wet geregelde gevallen die in dit geding niet aan de orde zijn – niet procesbekwaam (art. 1:245 lid 4 BW). Hoewel de processuele positie van minderjarigen in de afgelopen jaren herhaaldelijk ter discussie is gesteld, heeft de wetgever tot dusverre geen aanleiding gezien daarin wijziging te brengen. Zo heeft de minister van Justitie in het kader van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel Herziening van het procesrecht in zaken van personen- en familierecht opgemerkt (Kamerstukken II 1991-1992, 22 487, nr. 3, p. 7):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/677f902ef1bf053b4d5a29505e3011cc21ca57b68137340bee1055d10d07a110. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 677f902ef1bf053b4d5a29505e3011cc21ca57b68137340bee1055d10d07a110, en de alinea staat in dat document op bytes 12155 tot 13291.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/677f902ef1bf053b4d5a29505e3011cc21ca57b68137340bee1055d10d07a110 | shasum -a 256