Citaat | Hoge Raad 5 december 2014

Onder 3.6.2 Hoge Raad 5 december 2014

Een alinea uit Hoge Raad 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3535.

Het in art. 6 lid 1 EVRM voor een ieder, dus ook voor minderjarigen, gewaarborgde recht op toegang tot de rechter brengt mee dat het recht om te worden gehoord effectief dient te kunnen worden uitgeoefend. Noch uit art. 6 lid 1 EVRM, noch uit art. 12 IVRK of enige andere, Nederland bindende internationale regeling, vloeit voort dat van een effectieve uitoefening van bedoeld recht slechts sprake kan zijn indien de minderjarige zonder tussenkomst van een (wettelijk) vertegenwoordiger kennis kan nemen van alle gedingstukken in de procedure waarin hij of zij wordt gehoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/677f902ef1bf053b4d5a29505e3011cc21ca57b68137340bee1055d10d07a110. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 677f902ef1bf053b4d5a29505e3011cc21ca57b68137340bee1055d10d07a110, en de alinea staat in dat document op bytes 17974 tot 18562.