Citaat | Hoge Raad 5 december 2014
Onder 3.4.2 Hoge Raad 5 december 2014
Een alinea uit Hoge Raad 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3536.
Voor zover hier van belang bepaalt art. 384 Rv in verbinding met art. 391 Rv dat het verzoek tot herroeping van een beschikking wordt gebracht bij de rechter die ‘in laatste feitelijke instantie over de zaak heeft geoordeeld’. De prejudiciële vraag ziet op het geval dat tegen een beschikking tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst – waartegen ingevolge art. 7:685 lid 11 BW geen hoger beroep of beroep in cassatie openstaat – hoger beroep is ingesteld onder aanvoering van een zogenoemde doorbrekingsgrond, en dit beroep is verworpen omdat de gestelde doorbrekingsgrond zich niet voordoet. De vraag is of in een dergelijk geval de appelrechter dient te worden aangemerkt als de rechter die ‘in laatste feitelijke instantie over de zaak heeft geoordeeld’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af320cbca727c61e09448a06d04c80c0d3c66355accbff2cb770d6c85db0e5c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af320cbca727c61e09448a06d04c80c0d3c66355accbff2cb770d6c85db0e5c5, en de alinea staat in dat document op bytes 9598 tot 10383.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/af320cbca727c61e09448a06d04c80c0d3c66355accbff2cb770d6c85db0e5c5 | shasum -a 256