Citaat | Hoge Raad 9 december 2014

Onder 2.3. Hoge Raad 9 december 2014

Een alinea uit Hoge Raad 9 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3543.

Blijkens zijn hiervoor weergegeven overwegingen heeft het Hof bij zijn oordeel dat de verzochte uitlevering ontoelaatbaar moet worden verklaard mede tot uitgangspunt genomen dat de omstandigheid dat "de litigieuze bewijsmiddelen" "via een mogelijk proces in de Verenigde Staten" zouden kunnen worden gebruikt, aan uitlevering in de weg staat. Aldus heeft het Hof miskend dat aan de rechter die over de toelaatbaarheid van de uitlevering beslist geen oordeel toekomt over de rechtmatigheid van de bewijsgaring ten behoeve van de strafzaak in de verzoekende staat (vgl. HR 10 juli 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3324, NJ 2001/618). Voor zover het middel daarover klaagt, is het terecht voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f712da7c31a5726b41fa17268405106385e276181e3f550424ccdb7f16e0c80. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f712da7c31a5726b41fa17268405106385e276181e3f550424ccdb7f16e0c80, en de alinea staat in dat document op bytes 9127 tot 9829.