Citaat | Hoge Raad 9 december 2014

Onder 2.2.2. Hoge Raad 9 december 2014

Een alinea uit Hoge Raad 9 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3549.

Op 6 september 2011 hoorde ik dat de mobiele telefoon van [betrokkene 1] overging. Ik zag dat [betrokkene 1] de telefoon opnam. Ik zag dat [betrokkene 1] schrok en ging huilen. Na het telefoontje zei [betrokkene 1] dat ze [verdachte] aan de telefoon had. Daarna hoorde ik dat de telefoon van [betrokkene 1] nog een keer overging. Ik zag en hoorde dat [betrokkene 1] de telefoon opnam en op de luidspreker zette. Ik hoorde aan zijn stem dat [verdachte] belde. Ik zag dat [betrokkene 1] hysterisch werd. Ze kon alleen nog maar huilen. Zo bang is ze voor [verdachte]."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a7d7e2621316b727980642a72c09633293e724cc71e3da7788b4a986092ce00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a7d7e2621316b727980642a72c09633293e724cc71e3da7788b4a986092ce00, en de alinea staat in dat document op bytes 8047 tot 8625.