Citaat | Hoge Raad 9 december 2014
Onder 2.2.3. Hoge Raad 9 december 2014
Een alinea uit Hoge Raad 9 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3549.
De aangeefster heeft verklaard dat de verdachte haar telefonisch heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht. Naar het oordeel van het hof wordt deze verklaring in voldoende mate ondersteund door de verklaring van haar moeder, de getuige [betrokkene 2]. [betrokkene 2] was aanwezig op het moment dat aangeefster door de verdachte werd gebeld en [betrokkene 2] heeft gezien dat haar dochter schrok en ging huilen. Vervolgens heeft zij gehoord dat de telefoon nog een keer overging waarna haar dochter de telefoon op de luidspreker zette. [betrokkene 2] herkende verdachte aan zijn stem. Gelet op de aangifte, in relatie tot de door [betrokkene 2] waargenomen reactie en het feit dat direct daarop wederom gebeld is en door verdachte uitlatingen zijn gedaan die aansluiten op hetgeen alleen door aangeefster is gehoord is het hof van oordeel dat in casu is voldaan aan het wettelijke bewijsminimum."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a7d7e2621316b727980642a72c09633293e724cc71e3da7788b4a986092ce00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a7d7e2621316b727980642a72c09633293e724cc71e3da7788b4a986092ce00, en de alinea staat in dat document op bytes 9476 tot 10399.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6a7d7e2621316b727980642a72c09633293e724cc71e3da7788b4a986092ce00 | shasum -a 256