Citaat | Hoge Raad 16 december 2014

Onder 2.2. Hoge Raad 16 december 2014

Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3583.

Bij deze stand van zaken is geen nadere bespreking nodig van de vraag of de ten laste gelegde uitlatingen strafbaar zijn te achten op grond van de bepalingen 137c of 137d van het Wetboek van Strafrecht conform het in de jurisprudentie ontwikkelde beslissingsschema (HR 14 januari 2003 NJ 2003/261 en bevestigd in HR 29 november 2011, NJ 2012/37). Immers, zelfs indien de uitlatingen volledig onder de delictsomschrijving van deze strafbepalingen zouden vallen - hetgeen het Openbaar Ministerie gemotiveerd heeft betoogd en de raadsman van de verdachte gemotiveerd heeft bestreden - dan nog kan zodanige omstandigheid er niet aan afdoen dat het de verdachte onder de gegeven omstandigheden krachtens artikel 10 EVRM vrij stond die uitlatingen te doen. Het vorenstaande brengt mee dat de verdachte vrijgesproken moet worden van het hem ten laste gelegde."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2935d464d649b045942fd84c6a7807160380858ecd35466d3f4522c2736ec479. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2935d464d649b045942fd84c6a7807160380858ecd35466d3f4522c2736ec479, en de alinea staat in dat document op bytes 27601 tot 28467.