Citaat | Hoge Raad 12 december 2014
Onder 4.2 Hoge Raad 12 december 2014
Een alinea uit Hoge Raad 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3593.
Het onderdeel kan bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. In de door het onderdeel in de voetnoten 5, 6 en 9 aangehaalde passages heeft FAR niet gesteld dat Edco vanaf 25 of 26 mei 2000 “in verzuim was de petten te betalen”. Voor zover zij haar rentevordering niet baseerde op haar primaire standpunt dat haar algemene voorwaarden van toepassing waren (dit standpunt is door het hof verworpen en de hiertegen gerichte klachten in cassatie worden hierna in 4.4 – 4.6.4 verworpen), heeft zij in die passages de ingangsdatum van de rente gebaseerd op de in de factuur van 26 april 2000 genoemde betalingstermijn van 30 dagen, stellende dat de vordering na het verstrijken van die termijn opeisbaar is geworden. Die stelling impliceert echter nog geen verzuim van Edco. FAR heeft niet gesteld dat de betalingstermijn van 30 dagen tussen partijen is overeengekomen of op grond van de redelijkheid en billijkheid voortvloeit uit de aard van de overeenkomst in verband met de omstandigheden van het geval en daarom ‘een voor de voldoening bepaalde termijn’ is in de zin van art. 6:83, onder a, BW (vgl. HR 4 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4357, NJ 2003/257 ([A]/[B])).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4772b2a10092b6a8e4998241564cf2d46b2e32b3b8d83fbd99ce31125f8dfe4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4772b2a10092b6a8e4998241564cf2d46b2e32b3b8d83fbd99ce31125f8dfe4, en de alinea staat in dat document op bytes 16588 tot 17796.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4772b2a10092b6a8e4998241564cf2d46b2e32b3b8d83fbd99ce31125f8dfe4 | shasum -a 256