Citaat | Hoge Raad 12 december 2014
Onder 4.2 Hoge Raad 12 december 2014
Een alinea uit Hoge Raad 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3593.
Mede gelet op het voorgaande heeft het hof de in voetnoten 10 en 11 van de cassatiedagvaarding bedoelde stellingen van Edco in haar memorie van antwoord (geciteerd in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.8) kennelijk en niet onbegrijpelijk opgevat als (slechts) een erkenning dat de vordering van FAR op 26 mei 2000 opeisbaar werd; dat is temeer begrijpelijk nu die stellingen zijn aangevoerd in het kader van het debat over (het aanvangstijdstip van) de verjaring van de betalingsvordering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4772b2a10092b6a8e4998241564cf2d46b2e32b3b8d83fbd99ce31125f8dfe4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4772b2a10092b6a8e4998241564cf2d46b2e32b3b8d83fbd99ce31125f8dfe4, en de alinea staat in dat document op bytes 17806 tot 18320.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4772b2a10092b6a8e4998241564cf2d46b2e32b3b8d83fbd99ce31125f8dfe4 | shasum -a 256