Citaat | Hoge Raad 12 december 2014

Onder 4.3.1 Hoge Raad 12 december 2014

Een alinea uit Hoge Raad 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3593.

Onderdeel 1.2 bestrijdt, kort gezegd, als onjuist althans onbegrijpelijk het oordeel dat Edco eerst met de inleidende dagvaarding van 27 januari 2006 in verzuim is geraakt. Daartoe wordt aangevoerd dat de incassoafspraak tussen FAR en Wiener – die, aldus het onderdeel, geldt als een volmacht of lastgeving ter incasso – meebrengt dat ook Wiener Edco rechtsgeldig in gebreke heeft kunnen stellen (met verzuim van Edco tot gevolg) en dat Wiener Edco mede ten behoeve van FAR in gebreke heeft gesteld met haar incassobrief van 13 juni 2000 en door middel van het aanhangig maken van de (incasso)procedure op 17 augustus 2000. Geklaagd wordt dat het hof deze ‘verschijningsvormen’ van de incassoafspraak heeft miskend. Voorts wordt erop gewezen dat ook FAR zelf Edco aansprakelijk heeft gehouden wegens het uitblijven van betaling, te weten bij brief van 6 juli 2000 en eveneens in de vrijwaringszaak tussen FAR en Edco in België.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4772b2a10092b6a8e4998241564cf2d46b2e32b3b8d83fbd99ce31125f8dfe4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4772b2a10092b6a8e4998241564cf2d46b2e32b3b8d83fbd99ce31125f8dfe4, en de alinea staat in dat document op bytes 18991 tot 19941.