Citaat | Hoge Raad 12 december 2014

Onder 5.6.2 Hoge Raad 12 december 2014

Een alinea uit Hoge Raad 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3593.

De stelplicht en bewijslast met betrekking tot de vraag of tijdig is geklaagd als bedoeld in de art. 6:89 en 7:23 BW komen pas aan de orde indien de schuldenaar (verkoper) het verweer voert dat niet tijdig is geklaagd als bedoeld in genoemde artikelen. Voert de schuldenaar dit verweer niet, dan kunnen de art. 6:89 en 7:23 BW niet worden toegepast. Voert hij dit verweer wel, dan dient de schuldeiser (koper) gemotiveerd te stellen en zo nodig te bewijzen dat en op welk moment is geklaagd. Het antwoord op de vraag of die klacht tijdig in de zin van genoemde bepalingen is geweest, hangt verder af van de overige omstandigheden van het geval. (Zie voor het zojuist overwogene HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX7195, [D]/Van Lanschot.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4772b2a10092b6a8e4998241564cf2d46b2e32b3b8d83fbd99ce31125f8dfe4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4772b2a10092b6a8e4998241564cf2d46b2e32b3b8d83fbd99ce31125f8dfe4, en de alinea staat in dat document op bytes 35020 tot 35773.