Citaat | Hoge Raad 7 januari 2014

Onder 2.3. Hoge Raad 7 januari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 7 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:36.

Er is sprake van een onrechtmatige staandehouding van verdachte, nu een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit ontbrak. Dat is een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, dat niet meer kan worden hersteld. De onrechtmatige staandehouding heeft geleid tot het kijken in de kofferbak, waarbij een hoeveelheid snoepgoed is aangetroffen, en tot de onrechtmatige fouillering van onder andere verdachte, bij wie gereedschap en een bivakmuts zijn aangetroffen. Aangevoerd is dat de onrechtmatige bewijsgaring moet leiden tot bewijsuitsluiting. Bij gebrek aan overig bewijs moet verdachte worden vrijgesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e38866c38a3af6461f1955ed93e5d711daed8562318dd713226c4915da823a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e38866c38a3af6461f1955ed93e5d711daed8562318dd713226c4915da823a9, en de alinea staat in dat document op bytes 9406 tot 10077.