Citaat | Hoge Raad 16 december 2014
Onder 3.3. Hoge Raad 16 december 2014
Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3620.
Om tot het oordeel te kunnen komen dat in een concreet geval sprake is van roekeloosheid in de zin van art. 175, tweede lid, WVW 1994, zal de rechter zodanige feiten en omstandigheden moeten vaststellen dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/971818abf03ce7b78675cb6a4c7480825ce5eae0e8e32cbb8986e6dca1b4ebd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 971818abf03ce7b78675cb6a4c7480825ce5eae0e8e32cbb8986e6dca1b4ebd6, en de alinea staat in dat document op bytes 54825 tot 55261.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/971818abf03ce7b78675cb6a4c7480825ce5eae0e8e32cbb8986e6dca1b4ebd6 | shasum -a 256