Citaat | Hoge Raad 16 december 2014
Onder 2.3.2. Hoge Raad 16 december 2014
Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3634.
Ter terechtzitting in hoger beroep stelt de raadsvrouw dat de verdachte zijn telefoon rond 31 augustus 2010 heeft uitgeleend aan [betrokkene 1]. Bovendien blijkt uit een sms-bericht - bestemd voor [betrokkene 1], hetgeen de voornaam van [betrokkene 1] is - dat [betrokkene 1] op enig moment de telefoon van de verdachte gebruikt. Voorts stelt de raadsvrouw dat [betrokkene 1] op 31 augustus 2010 is aangehouden ter zake van oplichting welke gepleegd zou zijn bij de Dirk van den Broek aan de Meeuwenlaan rond 16.15 uur. Hij is door de politie naar het bureau de Waddenweg gebracht. Dit komt overeen met de route die de telefoon van de verdachte aanstraalt: om 16.02 uur op de Meeuwenlaan en via de Ravenweg om 16.54 uur op Loenermark. Op grond van deze gegevens is het waarschijnlijk dat [betrokkene 1] de telefoon van de verdachte bij zich had op het moment dat het feit werd gepleegd, aldus de raadsvrouw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9bfe6e5a3e2a561c0ed78614d2788b5cf0d506cf53e548a26c5f16e8c4377b86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9bfe6e5a3e2a561c0ed78614d2788b5cf0d506cf53e548a26c5f16e8c4377b86, en de alinea staat in dat document op bytes 10767 tot 11687.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9bfe6e5a3e2a561c0ed78614d2788b5cf0d506cf53e548a26c5f16e8c4377b86 | shasum -a 256