Citaat | Hoge Raad 19 december 2014

Onder 3.5 Hoge Raad 19 december 2014

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3663.

In zaken van vrijheidsbeneming krachtens de Wet Bopz geldt dat, indien de raadsman terugtreedt omdat zijn cliënt te kennen geeft niet meer door hem te willen worden bijgestaan, een met de kwetsbare positie van de betrokkene strokende uitleg van art. 8 lid 3 Wet Bopz, in verbinding met het vierde lid van art. 45 Sv, meebrengt dat de rechter dient te onderzoeken of de betrokkene toevoeging van een andere raadsman wenst, en dat de rechter in zijn beschikking van het resultaat van dit onderzoek dient te doen blijken (vgl. HR 1 juli 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1422, NJ 1994/720, en HR 17 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2998, NJ 2014/471).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bec29d716ff9a78d71c64f43793df26e4ada691ad7bbc3bd6564462536e51777. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bec29d716ff9a78d71c64f43793df26e4ada691ad7bbc3bd6564462536e51777, en de alinea staat in dat document op bytes 10546 tot 11195.