Citaat | Hoge Raad 19 december 2014
Onder 3.8.2 Hoge Raad 19 december 2014
Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3679.
Kennelijk en niet onbegrijpelijk is de voorzieningenrechter ervan uitgegaan dat zich hier een geval voordoet waarin sprake is van een geneesmiddel dat naar de hiervoor in 3.5.3 en 3.6.3 genoemde opzet en strekking van de wettelijke regeling deel zou behoren uit te maken van het verzekerd pakket, maar daarin (vooralsnog) niet is opgenomen uitsluitend vanwege het ontbreken van voldoende onderzoeksgegevens als gevolg van de zeldzaamheid van de onderhavige aandoening bij personen jonger dan 18 jaar, terwijl de effectiviteit ervan bij volwassenen vaststaat en er geen redenen zijn om aan de effectiviteit bij personen jonger dan 18 jaar te twijfelen, maar integendeel, gelet op de bestaande casestudies, er aanwijzingen zijn om aan te nemen dat het geneesmiddel bij hen evenzeer werkzaam is. Hierop heeft de voorzieningenrechter kunnen baseren dat de omstandigheden waarvan in deze zaak sprake is, niet zijn verdisconteerd in de afweging van de wetgever zoals hiervoor in 3.6.3 bedoeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b2cd00689da9e3d5991d4544f52b48f5d7a2345022d369ae8e9b1965b071630. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b2cd00689da9e3d5991d4544f52b48f5d7a2345022d369ae8e9b1965b071630, en de alinea staat in dat document op bytes 31715 tot 32715.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0b2cd00689da9e3d5991d4544f52b48f5d7a2345022d369ae8e9b1965b071630 | shasum -a 256