Citaat | Hoge Raad 19 december 2014
Onder 2.2.2. Hoge Raad 19 december 2014
Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3687.
Ik woon samen met mijn kinderen in perceel [d-straat 1] te Amsterdam. Mijn ex-man, [verdachte], woont aan de [c-straat 1] te Amsterdam. Op dit moment wordt zijn huis gerenoveerd, waardoor hij momenteel vaak bij mij slaapt. Ik weet zeker dat het geld dat in mijn woning is aangetroffen allemaal zwart geld betreft uit coffeeshop [A] van mijn ex-man. Mijn ex-man wist niet wat hij allemaal met het geld moest en heeft het in mijn woning gelegd. Ik wist dat er overal in huis geld verstopt was. Ik wilde hem helpen en daarom liet ik het toe. De softdrugs bracht hij ook bij mij thuis.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7736da7f08fd357483aab848c1e460042e02d95f359d44ea367b9d2afce912c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7736da7f08fd357483aab848c1e460042e02d95f359d44ea367b9d2afce912c7, en de alinea staat in dat document op bytes 9026 tot 9620.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7736da7f08fd357483aab848c1e460042e02d95f359d44ea367b9d2afce912c7 | shasum -a 256