Citaat | Hoge Raad 18 februari 2014
Onder 3.2. Hoge Raad 18 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:369.
Op grond van artikel 96c, eerste lid, Sv, voor zover hier van belang, is de officier van justitie bevoegd ter inbeslagname elke plaats, met uitzondering van een kantoor van een persoon met bevoegdheid tot verschoning als bedoeld in artikel 218, te doorzoeken. Op grond van artikel 97, eerste lid, Sv, voor zover hier van belang, kan de officier van justitie een dergelijk kantoor doorzoeken bij dringende noodzakelijkheid en indien het optreden van de rechter-commissaris niet kan worden afgewacht. Het tweede lid van dat artikel bepaalt dat voor een doorzoeking als bedoeld in het eerste lid de officier van justitie een machtiging van de rechter-commissaris behoeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8f184db54a009fff3517e5bab2b6e9efc2cd1b762f47603697001e18ab38f5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8f184db54a009fff3517e5bab2b6e9efc2cd1b762f47603697001e18ab38f5c, en de alinea staat in dat document op bytes 13535 tot 14217.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c8f184db54a009fff3517e5bab2b6e9efc2cd1b762f47603697001e18ab38f5c | shasum -a 256