Citaat | Hoge Raad 18 februari 2014

Onder 3.2. Hoge Raad 18 februari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:376.

Op grond van artikel 96c, eerste lid, Sv, voor zover hier van belang, is de officier van justitie bevoegd ter inbeslagname elke plaats, met uitzondering van een kantoor van een persoon met bevoegdheid tot verschoning als bedoeld in artikel 218, te doorzoeken. Op grond van artikel 97, eerste lid, Sv, voor zover hier van belang, kan de officier van justitie een dergelijk kantoor doorzoeken bij dringende noodzakelijkheid en indien het optreden van de rechter-commissaris niet kan worden afgewacht. Het tweede lid van dat artikel bepaalt dat voor een doorzoeking als bedoeld in het eerste lid de officier van justitie een machtiging van de rechter-commissaris behoeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/020d8c8b1dbcc1887496af7c689b1582e1d54d201cebf0f20fc5791123cc18f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 020d8c8b1dbcc1887496af7c689b1582e1d54d201cebf0f20fc5791123cc18f3, en de alinea staat in dat document op bytes 13747 tot 14429.