Citaat | Hoge Raad 18 februari 2014

Onder 2.3.1. Hoge Raad 18 februari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:385.

De rechtbank acht gezien het voornoemde wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan oplichting. Verdachte heeft immers aan een hem tot dan toe onbekende persoon zijn bankrekening, pinpas en de bijbehorende gegevens afgestaan tegen de toezegging dat hij daarvoor een aanzienlijke vergoeding, te weten € 600,= tot € 1.000,= per week zou ontvangen. Alleen al gelet op deze zeer ongebruikelijke vergoeding had verdachte op zijn vingers kunnen natellen dat het risico groot was dat zijn gegevens zouden worden misbruikt. In de gegeven omstandigheden heeft hij mitsdien willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat [A] de bankrekening en bijbehorende gegevens zou gebruiken zoals deze heeft gedaan en is verdachte medeplichtig aan de door [A] gepleegde oplichting."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e9cd8e336b2a803d5323e414cba75388c4b436f3215973c444979eccef0a655. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e9cd8e336b2a803d5323e414cba75388c4b436f3215973c444979eccef0a655, en de alinea staat in dat document op bytes 11402 tot 12239.