Citaat | Hoge Raad 21 februari 2014

Onder 3.2 Hoge Raad 21 februari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:397.

De Ontvanger vordert in dit geding (hoofdelijke) betaling door (onder meer) [eiser] van het hiervoor in 3.1 onder (ii) vermelde bedrag als schadevergoeding. De Ontvanger heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat [eiser] (samen met anderen) onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door zich willens en wetens schuldig te maken aan het benadelen van de Ontvanger door actief mee te werken aan het wegmaken van voor verhaal vatbare vermogensbestanddelen, waarvan (onder anderen) [eiser] in belangrijke mate financieel heeft geprofiteerd. De rechtbank heeft de vordering tot een bedrag van € 17.077.929,-- toegewezen en voor het overige afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/176f7036a884f26d39d9fd3d0641ce1f5c6e9e04c8901a010747176af38431fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 176f7036a884f26d39d9fd3d0641ce1f5c6e9e04c8901a010747176af38431fb, en de alinea staat in dat document op bytes 11094 tot 11761.